Pedagogisch beleid

Buitenschoolse opvang Yippee Heeg

Binnen onze buitenschoolse opvang wordt een sfeer gecreëerd die ervoor zorgt dat de kinderen zich prettig en veilig voelen, vertrouwen hebben in eigen kunnen, voor zichzelf op kunnen komen, respect ontwikkelen voor zichzelf en anderen, zelfstandig zijn en sociaalvaardig. Ruimte voor de individuele ontwikkeling en behoefte van kinderen staat centraal in het pedagogisch handelen en er wordt aandacht gegeven aan het samen leven en spelen in groepsverband.

Buitenschoolse opvang bevindt zich tussen de thuis- en schoolsituatie en is de vrije tijd van kinderen. Door vrij spelen en het aanbieden van een gedifferentieerd en gevarieerd aanbod van activiteiten wordt er invulling gegeven aan die tijd.

Visie op kinderen:

Als een kind zich veilig voelt, zal het zich verder gaan ontwikkelen. De ouder/pedagogisch medewerker begeleidt en biedt de mogelijkheden aan en bepaalt in welke mate het kind sturing en begeleiding nodig heeft om te groeien tot een zelfstandig functionerende volwassene. Wij proberen rekening te houden met de verschillen in karakter en temperament van elk kind; het is belangrijk om elk kind op een manier te benaderen die het beste bij hem past. Concreet betekent dit dat wij denken dat kinderen het volgende nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen:

fijne veilige plek
ruimte en respect
structuur en duidelijkheid
stimulansen tot groei en ontwikkeling
kind mogen zijn met andere kinderen

We werken met de volgende doelstellingen;

Het bieden van (emotionele) veiligheid aan de kinderen.
Het bieden van mogelijkheden voor de kinderen om persoonlijke competenties te kunnen ontwikkelen.
Het bieden van mogelijkheden voor de kinderen voor het ontwikkelen van sociale competenties.
Het overdragen van waarden en normen op de kinderen

Deze punten gebruiken we in het dagelijks handelen naar de kinderen. Wij zijn een voorbeeld voor hen. Door de kinderen te horen, met respect te behandelen, en te complimenteren en positief te benaderen voelen kinderen zich veilig. Op deze manier kunnen zij zich beter ontwikkelen op alle aspecten van de ontwikkeling.

Emotionele veiligheid

Een kind moet zich prettig voelen bij een vertrouwd persoon die het kind begrijpt. Het kind moet zich thuis kunnen voelen op de opvang, zich welbevinden. De pedagogisch medewerkers proberen het kind te leren kennen, begrijpen en aanvoelen. De pedagogisch medewerkers maken contact met het kind, met woorden en door de manier van omgaan.

Voorbeeld:

Bij het ophalen van school wordt ieder kind individueel begroet bij zijn/haar naam.

De pedagogisch medewerkers steunen en stimuleren een kind door hem/haar positieve aandacht te geven. Het kind moet zich als persoon geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Tijdens de opvang is er contact met andere kinderen. De pedagogisch medewerkers hebben de taak om dat contact tussen de kinderen te begeleiden. Een warme en positieve sfeer draagt bij aan het thuisgevoel van de opvangsituatie.

Dit doen we o.a. op de volgende manieren:

We vinden het belangrijk dat er op de BSO een ongedwongen, vrije sfeer is. Kinderen mogen daarom zelf invulling geven aan wat ze willen doen, met wie. Er zijn verschillende hoekjes ingericht waar de kinderen zich even kunnen terugtrekken (alleen of met een klein groepje kinderen). Kinderen kunnen er zelf voor kiezen of ze in of juist uit het zicht van de pedagogisch medewerkers gaan spelen. Door dit zelf te kunnen bepalen, ontstaat er een veilig gevoel. Toch is niet alles helemaal vrijblijvend. Er is een zekere mate van structuur (regels, regelmaat en gewoontes), omdat dit de kinderen duidelijkheid biedt. Het kind weet waar het aan toe is en wat hem te wachten staat. Het herkenbare, terugkerende geeft een gevoel van veiligheid en vertrouwen en bij jonge kinderen een tijdsgevoel waardoor de dag overzichtelijk wordt.

Om een relatie op te kunnen bouwen tussen een kind en een pedagogisch medewerker is het belangrijk dat er regelmatig onderling contact is. Dit begint bij de kennismaking (wennen) van het kind met de groep en de pedagogisch medewerkers ongeveer een week voordat het kind daadwerkelijk op de opvang komt. We gaan serieus om met de emoties van kinderen.

Voorbeeld:

Als we zien dat een kind zijn emotie weg slikt gaat de pedagogisch medewerker naar het kind toe en vertelt dat hij/zij rustig zijn/haar emotie mag laten zien en altijd bij de pedagogisch medewerker terecht kan.

Kinderen krijgen de ruimte om hun emotie te tonen. Het verdriet van een kind wordt serieus genomen. Soms is een kind boos, omdat het een conflict heeft. Soms is een kind verdrietig. Kinderen met verdriet krijgen ook de ruimte om aan te geven of zij getroost willen worden. De pedagogisch medewerkers houden hierbij in de gaten of alle kinderen zich dan veilig kunnen voelen, zonder "last" te hebben van andere kinderen. Als een kind iets aan het vertellen is in de groep, krijgt het hiervoor ook de ruimte, en zorgen de pedagogisch medewerker ervoor dat het kind niet gestoord wordt in zijn verhaal. Hierdoor leren we het kind beter kennen en het geeft het kind een gevoel van veiligheid. Het kind wordt geaccepteerd in het uiten van zijn blijheid, geluk, angst, boosheid, tevredenheid, enzovoort en leert met die emoties om te gaan. Wij willen het kind leren zijn emoties te uiten zonder anderen te kwetsen of pijn te doen. Gebeurtenissen die ingrijpend zijn geweest worden ook altijd even met de ouders besproken.

Het contact met de ouders /verzorgers van het kind is erg belangrijk. Op die manier leer je het kind kennen zoals het thuis is en kun je met het kind over de thuissituatie praten. Het geeft het kind een veilig gevoel dat je zijn ouders/verzorgers kent.

Persoonlijke competentie.

Wij willen de kinderen ondersteunen om vertrouwen te hebben in eigen kunnen, om voor zichzelf op te kunnen komen, en om zelfstandig te zijn. De kinderen krijgen van ons ruimte en gelegenheid om allerlei vaardigheden te oefenen en onder de knie te krijgen: taal- motorische, cognitieve, sociale en creatieve vaardigheden.

De kinderen zullen persoonlijke vaardigheden ontwikkelen door ontdekking en ervaringen op te doen. Kinderen die zich veilig en vertrouwd voelen, durven op ontdekkingstocht uit te gaan. Naast veiligheid is ook voldoende uitdaging belangrijk en ruimte om hun natuurlijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Het ene kind heeft bijvoorbeeld meer behoefte aan vrijheid nodig dan de ander.

Het is dan ook mogelijk als ouder aan te geven wat voor vrijheid het kind op de BSO krijgt. Wanneer een kind van de ouders alleen buiten mag spelen op het terrein van Yippee (zonder toezicht van een pedagogisch medewerker) dan moet de ouder hier een afsprakenformulier voor ondertekenen. Door deze vrijheden samen met ouder en kind te bespreken, wordt de autonomie van het kind gerespecteerd en de zelfstandigheid gestimuleerd. Alle kinderen moeten uiteindelijk op eigen benen leren staan. Om de kinderen zelfstandig op te laten groeien is het goed om hen te stimuleren om zelf activiteiten te ondernemen en in samenspraak met de pedagogisch medewerkster activiteiten te bedenken. Kinderen worden uitgedaagd om eerst zelf proberen iets op te lossen, dit kan zowel het uitproberen van een nieuwe vaardigheid als het oplossen van een ruzie zijn. De pedagogisch medewerksters hebben hierbij een aanmoedigende rol en biedt handreikingen aan.

Dit doen we o.a. op de volgende manieren:

We laten de kinderen zoveel mogelijk doen wat ze al zelf kunnen. De pedagogisch medewerker probeert zoveel mogelijk hiervan op de hoogte te zijn van wat een kind al kan, en waar eventueel nog hulp nodig is. Denk hierbij aan dagelijkse handelingen zoals het strikken van schoenveters, dichtritsen van de jas, maar ook het leren fietsen of bouwen met constructiemateriaal. Door het kind te stimuleren, aan te moedigen, samen naar oplossingen te zoeken en te complimenteren wanneer het goed gaat proberen we het kind te helpen. Dit stimuleert het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van het kind.

Bij onderlinge ruzies grijpen wij niet direct in: we vinden belangrijk niet direct met een oplossing te komen, maar eerst te kijken of de kinderen er samen uit komen. Uiteraard houden we wel in de gaten wanneer kinderen er zelf niet uitkomen, en bieden we dan hulp.

De ruimte is zodanig ingericht dat kinderen zelf kunnen doen wat ze willen, en zelf het spel-of knutselmateriaal kunnen pakken wat ze willen. We laten de kinderen zoveel mogelijk zelf verzinnen op welke manier een spel gespeeld moet worden, of wat en hoe er geknutseld wordt.

We laten de kinderen zelf kiezen welke activiteit ze willen doen, en bieden daarbij nieuwe mogelijkheden en materialen aan. Als kinderen niet weten wat ze moeten doen/zich vervelen kunnen we ze kort een paar activiteiten voorstellen. Als ze hier geen zin in hebben, mogen ze zich even gaan ‘vervelen”: dit stimuleert de kinderen zelf een oplossing te bedenken voor hun probleem, en daarmee dus de creativiteit.

Er is voldoende spelmateriaal aanwezig dat de persoonlijke competentie van kinderen stimuleert. Zo zijn er verschillenden spelletjes waarbij kinderen oefenen in tactisch spel, kennis van cijfers, algemene kennis, motoriek en geduld. Door het spelen van spelletjes leren de kinderen (naast sociale vaardigheden) bovendien incasseren/ verliezen.

Een voorbeeld:

Een tekening mislukt. Het kind baalt ervan en wordt boos.

De pedagogisch medewerker stelt het kind een keuze, “je mag boos zijn en balen maar in plaatst daarvan kan je ook opnieuw beginnen of je tekening verder afmaken. Niet alles hoeft perfect te zijn. Ik vind je tekening prachtig! “Wat zullen we doen, kies jij maar...”

Sociale contacten.

Een sfeer wordt gecreëerd waarin kinderen leren om respect te hebben voor elkaar. Kinderen kunnen veel aan elkaar hebben, maar zij kunnen elkaar ook onderdrukken. Zij worden gestimuleerd om duidelijk aan elkaar te maken wat zij wel en niet willen. Kinderen leren bij onderlinge conflicten voor zichzelf op te komen. Bij conflicten kan de pedagogisch medewerker ruimte geven om zelf naar oplossingen te zoeken. Alleen als dit niet mogelijk is of als een kind dreigt het onderspit te delven, kan de pedagogisch medewerker ingrijpen. Pedagogisch medewerksters zijn zich te allen tijde bewust van hun voorbeeldfunctie. Kinderen imiteren. Pedagogisch medewerksters houden hier rekening mee bij hun taalgebruik en hun houding bij de activiteiten waaraan de kinderen deelnemen.

We stimuleren dit o.a. op de volgende manieren.

In de dagelijkse omgang is het noodzakelijk kinderen te stimuleren samen te spelen, te delen, op elkaar te wachten en samen op te ruimen. We stimuleren de kinderen elkaar te helpen, bv door hen samen een taak te geven

Een voorbeeld:

De oudere kinderen stimuleren we samen een activiteit te organiseren, bijvoorbeeld een speurtocht bedenken voor de hele groep.

We geven kinderen complimenten als ze zich prettig gedragen, dit is een goede stimulerende beloning. Als kinderen onderling ruzie hebben grijpen we niet direct in. Als de kinderen er niet zelf uitkomen dan zal de pedagogisch medewerker een bemiddelende rol aannemen. Schelden, schreeuwen, vloeken, slaan e.d. worden niet getolereerd. Samen met de kinderen zoeken we naar een compromis waarbij we ernaar streven hen uit te leggen wat wel en niet aanvaardbaar is, en hoe we in die situatie rekening houden met elkaar. Er is voldoende spelmateriaal aanwezig dat de sociale competentie stimuleert. Buitenspeelgoed zoals een bal, springtouw zorgt ervoor dat de kinderen met elkaar gaan spelen. Binnen zijn er verschillende spelletjes die de kinderen samen kunnen doen. Deze spellen leren de kinderen op hun beurt te wachten, omgaan met winnen en verliezen. Ook zijn er verschillende hoeken ingericht zoals een poppenhoek, een keukentje, kinderen spelen hier situaties na uit het “echte leven” en leren hierdoor op een passende manier met elkaar om te gaan. Ook is er een speelkleed met garage en bij de tafel staat een grote knutselkast. In de kast in de hal liggen de spelborden.

Overdracht van normen en waarden.

Op de BSO doen kinderen veel sociale leermomenten op, zoals vriendschappen aan gaan, conflicten maken, samen pret maken, delen van speelgoed of even wachten op elkaar. Spelenderwijs leren kinderen waarden en normen kennen. Ze zien, ervaren en oefenen wat we belangrijk vinden, wat goed is en niet goed is en wat hoort en niet hoort.

Naast het verwoorden en uitleggen van gewenst gedrag helpt ook het belonen van positief gedrag door het geven van complimentjes (verbaal en non-verbaal) bij het aanleren van de juiste omgangsvormen en regels.

Ongewenst gedrag (bijvoorbeeld geen respect voor elkaar of voor de materialen en onze omgeving) proberen we voor te zijn of om te buigen door waar nodig de groepsregels te herhalen. Van de kinderen wordt verwacht dat ze voorzichtig omgaan met het speelgoed van de BSO of van de andere kinderen, en dat ze met respect omgaan met knutselwerkjes van de andere kinderen. Wij willen kinderen leren met zorg om te gaan met de natuur, dieren en het milieu, bv geen takken van de bomen te rukken en samen voor een schone, opgeruimde leefomgeving te zorgen.

Het overbrengen van waarden en normen speelt ook in de opvang van kinderen voortdurend een rol. Het is belangrijk om kinderen hierin te betrekken en dingen uit te leggen. Wat is wel netjes en wat niet. Waarom mag je geen lelijke woorden gebruiken. Het is belangrijk om deze dingen te blijven benoemen, herhalen en uit te leggen, aangezien een jong kind qua normen en waarden en geweten nog bijna geheel afhankelijk is van volwassenen.

Voorbeeld:

We staan niet toe dat een kind als persoon wordt afgekeurd. Gedrag kan wel worden afgekeurd. Dit subtiele onderscheid wordt duidelijk in het voorbeeld.

Uitspraken als “Dat is stom” of “Dat is vies” worden gecorrigeerd in “dat vind ik niet leuk “en “dat vind ik vies”. Zo leren kinderen elkaars mening respecteren.

Als pedagogisch medewerker geven wij zoveel mogelijk het goede voorbeeld. Dit betekent dat de pedagogisch medewerkers onderling met respect met elkaar omgaan zo ook met de kinderen. Hierbij hanteren we normaal taalgebruik, en houden we ons aan de regels. Ook in het spel gelden bepaalde regels: als je samen ergens aan begint, maak je het samen af, samen opruimen.

Ook houdt de pedagogisch medewerker rekening met de voertaal van het kind. Op de BSO wordt over het algemeen fries gesproken maar is de voertaal Nederlands bij het kind zal hier rekening mee gehouden worden en wordt er Nederlands met het kind gesproken. Een kind kan een voorkeur ontwikkelen voor een bepaalde pedagogisch medewerker. Soms is deze gekoppeld aan hoe vaak hij/zij die pedagogisch medewerker ziet. Vanuit het kind bekeken is dit begrijpelijk. Een pedagogisch medewerker gaat hier professioneel me om. Een pedagogisch medewerker geeft alle kinderen gelijkwaardige aandacht.

Regels en grenzen stellen.

Regels worden consequent maar niet halsstarrig toegepast. Er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van het kind. Bovendien vraagt elke situatie zijn eigen aanpak. Een kind dat vaak grenzen aftast, wordt anders benaderd dan een kind dat voor het eerst een regel negeert. Als er van een regel wordt afgeweken, wordt de reden uitgelegd. Kinderen worden gestimuleerd om zich verbaal te uiten en pedagogisch medewerkers tonen het voorbeeld. Uitleg is ook belangrijk om te zorgen dat het kind de regels begrijpt. Door de regels weet het kind tot hoever het mag gaan en het ervaart wat er gebeurt als het de grenzen overschrijdt. Door kinderen aan te spreken op wat zij doen, leren zij de consequentie van hun gedrag.

Soms neemt ongewenst gedrag eerder af door het negeren van negatief gedrag gekoppeld aan het belonen van positief gedrag.

Belonen gebeurt door complimenten te geven. Als een kind de afgesproken grenzen overschrijdt, kan het nodig zijn voor een pedagogisch medewerker om het gedrag te corrigeren. De pedagogisch medewerker maakt een bewuste afweging om het gedrag te negeren, een alternatieve oplossing te zoeken of het gedrag te corrigeren. Gedrag wordt alleen gecorrigeerd op een manier die binnen de belevingswereld van het kind past en niet het zelfvertrouwen van het kind ondermijnt.

Pedagogisch medewerkers zijn consequent. Als zij iets zeggen zorgen zij ervoor dat het daadwerkelijk gebeurt als een pedagogisch medewerker een kind waarschuwt, zorgt zij ervoor dat de aangekondigde ‘straf’ ook uitvoerbaar is. Het kind wordt niet gekleineerd. De pedagogisch medewerker zorgt dat het gedrag en niet het kind wordt afgekeurd.

De pedagogisch medewerker laat blijken dat zij het kind, ondanks zijn gedrag, nog lief blijft vinden. Dit versterkt de eigenwaarde van het kind.

Om de straf te bepalen, vraagt de pedagogisch medewerker zich af wat het kind emotioneel aankan. Vraagt de pedagogisch medewerker te veel? Probeert het kind wellicht op een negatieve manier aandacht te krijgen? De ‘straf’ heeft altijd een duidelijk verband met wat er gebeurd is. De ‘straf ’vindt ook snel na de ‘overtreding’ plaats zodat er een verband bestaat tussen de daad en de ‘straf’. De duur van de ‘straf’ past bij de tijdsbeleving van het kind.

Na afloop van de ‘straf’ praat de pedagogisch medewerker met het kind. Begrijpt het wat er is gebeurd? Begrijpt het dat de pedagogisch medewerker niet boos is? Bij ‘straffen’ kan het kind apart worden gezet. Er worden geen lijfstraffen toegepast (zoals slaan). PEDAGOGISCH MEDEWERKER EN KIND MAKEN HET ALTIJD WEER GOED! Wanneer het kind gedrag vertoont dat vaak gecorrigeerd wordt, dan wordt dit besproken binnen ons team.

Betrokkenheid van ouders

Om de twee leefwerelden van het kind op elkaar aan te laten sluiten overleggen ouders en pedagogisch medewerkers. Er moet sprake zijn van een uitwisseling van belangrijke informatie over de thuissituatie en het functioneren in de stamgroep op de BSO

Vanaf het wennen tot het moment van vertrek, hebben pedagogisch medewerkers een belangrijke rol bij het in stand houden van de contacten met ouder(s)

De ontwikkeling van een kind:

Aan ieder kind op de BSO wordt een mentor toegewezen. De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is zo het vaste vertrouwde gezicht voor het kind. Daarnaast is de mentor het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en welbevinden van het kind periodiek te bespreken. Ook kunnen tijdens de haalmomenten kind gerelateerde zaken tussen ouder(s) en mentor of eigenaresse worden besproken. Afspraken die dan worden gemaakt worden ook vastgelegd en bewaard in de mentormap van het kind, welke op de locatie ligt. Ouders kunnen te allen tijde de mentormap van hun eigen kind(eren) opvragen en inzien.

Het is belangrijk dat een mentor alert is op veranderingen in het gedrag van kinderen. Deze veranderingen kunnen duiden op een probleem. Bijvoorbeeld een kind plast weer in zijn/haar broek, terwijl het al tijden zindelijk was. Of een kind moet veel huilen of vraagt veel individuele aandacht. Dit kan te maken hebben met veranderingen thuis, bijvoorbeeld een verhuizing of de geboorte van een broertje of een zusje. Maar het kan ook meer ernstige oorzaak hebben. Een gesprek met de ouders geeft vaak meer duidelijkheid. Wanneer er complexere problemen zijn en de mentor het vermoeden heeft dat de ontwikkeling afwijkt van het normale patroon kan er na overleg en met toestemming van de ouder(s) een gerichte observatie plaatsvinden. In eerste instantie zal een gesprek met een ouder(s) verkennend zijn. Zien de ouder(s) ook hetzelfde gedrag thuis? Hoe kijken de ouder(s) ertegenaan?

Het kind wordt geobserveerd en er worden duidelijke voorbeelden genoteerd. Voorafgaand aan deze stap is er altijd overleg binnen het team. In principe worden alle gesignaleerde problemen (met duidelijke voorbeelden) met de ouder(s) besproken. Er wordt gezamenlijk naar een oplossing gezocht als er iets aan de hand blijkt te zijn.

Elk jaar rond de maand mei/juni worden er door de mentoren observaties gedaan bij de kinderen die onder hun mentorschap vallen. Dit gebeurt met behulp van de lijst Welbevinden voor kinderen van 4 tot 13 jaar. Ouders kunnen naar aanleiding van de uitkomsten van een kind observatie een gesprek aanvragen. Afhankelijk van de aard van het onderwerp zal naast mentor ook de eigenaresse van Yippee betrokken zijn bij het gesprek. Willen ouders geen gesprek, dan wordt dat ook vastgelegd in de mentormap.

Wij volgen alle kinderen in hun ontwikkeling vanaf het moment dat ze bij Yippee komen totdat ze Yippee verlaten.

Door de kinderen structureel te volgen in hun ontwikkeling kunnen wij de ouders tijdig informeren wanneer wij denken dat een kind extra ondersteuning nodig heeft. En op deze manier kunnen we ook ons activiteiten aanbod passend maken voor de groep. Daarnaast kan het waardevol zijn om een specifiek kind juist extra uitdaging te bieden.

De pedagogisch medewerkers (mentoren) hebben een signalerende functie en zullen opvallende zaken in de ontwikkeling van het kind bespreken met de ouders. Als er reden is tot zorg, nemen ze contact op met de ouders.

Het volgende stappenplan wordt gehanteerd:

1: Overleg met naaste collega’s over de gehanteerde aanpak en de gesignaleerde zorg.

2: Interne observatie door twee pedagogisch medewerkers (waaronder de mentor).

3: Gesprekken tussen ouders en pedagogisch medewerkers (waaronder de mentor).

4: Vaststellen van vervolgstappen (bijv. zoeken naar externe deskundigheid, het blijven volgen van de ontwikkeling).

5: Overleg met een eventuele inzet van externe deskundigheid.

Als de zorg door de ouders wordt gedeeld en zij toestemming geven voor het consulteren van externe deskundigheid, dan heeft Yippee ervaring met deskundige gesprekspartners, zoals de wijkverpleegster van de GGD, de Jeugd Gezondheidszorg, het gebiedsteam van de gemeente Sudwest Fryslan en het Kindteam in Sneek. Het Kindteam Sneek is vooral ook zeer laagdrempelig voor de ouders.

Bij het vermoeden van mishandeling geldt een ander plan van aanpak. Dit staat beschreven in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit ligt op de BSO ter inzage.

Indien haalbaar gaat de opvang in op verzoeken van andere instellingen voor medewerking bij de opsporing of oplossing van problemen, als de ouder uitdrukkelijk toestemming geeft voor de bemoeienis van deze instellingen.

De opvang is echter beperkt in de mogelijkheid om speciale behandeling of ondersteuning te bieden aan individuele kinderen.

Het kan ook voorkomen dat een kind niet op zijn plaats blijkt te zijn op de opvang. Als er een plan is ontwikkeld om het probleem aan te pakken, maar dit blijkt onvoldoende te werken, dan kan worden besloten om over te gaan tot beëindiging van de plaatsing. Dit gaat in zorgvuldig overleg met de ouders. De BSO vervuld hierbij een bemiddelende en beslissende rol. Hierbij wordt altijd het belang van het kind (en de andere kinderen van de groep) betrokken en er is al een aantal keren met de ouders gesproken over dit probleem.

Wennen

We beginnen bij de opvang met een intake –gesprek waarin we informatie uitwisselen.

De wenperiode is bedoeld om het kind, de ouder(s) en de pedagogisch medewerkers elkaar te leren kennen. Het kind (en de ouder(s)) went aan de stamgroep. De pedagogisch medewerkers hebben de gelegenheid om het kind te leren kennen. Wennen verreist zorgvuldigheid, omdat dit de basis legt voor het verdere verloopt van de periode op de BSO. Iedereen heeft een wenperiode nodig, maar de duur is afhankelijk van het kind. Kinderen worden langzaam vertrouwd gemaakt met de activiteiten die gedurende de opvang plaatsvinden, de regels en de gewoonten van de stamgroep.

Eerlijkheid tussen pedagogisch medewerkers en ouders is altijd belangrijk. Dit geldt ook voor de wenperiode. Als het kind het moeilijk heeft, moeten ouder(s) dit weten.

Pedagogisch medewerkers verleggen grenzen tijdens het wennen. Kinderen krijgen de ruimte om een plaats te vinden in de stamgroep en een relatie op te bouwen met de andere kinderen en met de pedagogisch medewerkers.

Alle emoties zijn mogelijk bij het wennen. Het kind is pas gewend als het een plaatsje in de stamgroep heeft. Voor sommige kinderen duurt dat wat langer pedagogisch medewerkers zijn hier alert op. De pedagogisch medewerkers besteden tijdens de wenperiode extra aandacht aan het kind en hun ouder(s). Wij gaan ervan uit dat alle kinderen een plek voor zichzelf vinden op de BSO.

Zien de pedagogisch medewerkers echter dat dit zelfs na een lange periode niet het geval is, dan kan het in het belang van het kind zijn om de plaatsing te stoppen of uit te stellen. De BSO is verantwoordelijk voor dit besluit. Alvorens een dergelijk besluit te nemen dient de BSO-overleg te voeren met de ouder(s).

Haalcontacten.

Pedagogisch medewerker (mentor) en ouder(s) kunnen tijdens het halen informatie uitwisselen over:

- Hoe het kind in de groep is.

- Hoe het kind zich ontwikkelt.

- Het sociaal/emotioneel gedrag van het kind in de groep.

- Bijzondere voorvallen op de BSO.

- Afstemming in handelen.

Ouder(s) en mentor zijn afhankelijk van de informatie die zij van elkaar krijgen. De BSO is geen eiland dat afgesloten is voor ouder(s). Een ouder krijgt ruimte om vragen te stellen en met opmerkingen te komen. De BSO neemt alle verzoeken van ouder(s) betreffende de omgang met hun kind serieus. Er wordt gekeken naar de haalbaarheid en indien nodig wordt een compromis gezocht. Richtlijn is dat het mogelijk moet zijn binnen de grenzen van de stamgroep (inclusief het betrokken kind) er geen nadeel van onder vindt.

Bij opmerkingen en klachten van ouders willen we graag dat ouder(s) naar de leiding toekomt. Zodat we de mogelijkheid hebben om het met elkaar op te kunnen lossen. Tijdens het halen van het kind zijn de ouder(s) verantwoordelijk voor hun kind. Als ouder(s) en pedagogisch medewerkers samen zijn, is de ouder primair verantwoordelijk voor het kind.

Oudergesprekken

Ouder(s )en mentor kunnen elkaar spreken bij het halen en brengen. Voor meer diepgang in de contacten zijn er oudergesprekken. De mentor en/of ouders kunnen hiervoor het initiatief nemen.

Doel van het oudergesprek is:

- Hoe is de algemene indruk van het kind;

- De ontwikkeling van het kind bespreken;

- Hoe is het kind binnen de groep;

- De gezondheid van het kind;

- Vormgeven aan gedeelte opvoeding door informatie-uitwisseling;

- Mentor of ouders de kans geven te spreken over problemen en/of vragen te stellen;

Privacy

Alles wat besproken wordt over uw kind blijft vertrouwelijk binnen de BSO.

Wij gaan zorgvuldig om met de privacy van ieder gezin.

Ouderavonden

Bij voorkeur zal één ouderavond per jaar plaats vinden samen met het kinderdagverblijf. Deze avond heeft een informatief karakter. Er staat naast algemene informatie vaak een thema centraal. Hiervoor wordt meestal iemand voor uitgenodigd. Doel van de ouderavond is de onderlinge contacten tussen ouders en tussen ouders en pedagogisch medewerkers te bevorderen en de betrokkenheid bij de BSO te vergroten.

De uitdaging van de groep

BSO in één stamgroep

Het kind zoekt een plaats voor zichzelf in de stamgroep. Omdat kinderen vaak op vaste dag(del)en op de opvang komen, treffen zij vaak bekende kinderen om zich heen. Zij worden opgevangen in één dezelfde ruimte. Hier heerst een ontspannen en gezellige sfeer. De pedagogisch medewerkers begeleiden de kinderen. Zij zorgen dat de voorwaarden aanwezig zijn om de tijd op de BSO zo aangenaam mogelijk in te vullen. Voor de allerjongsten wordt een veilig en geborgen klimaat geschapen. We eten en drinken aan tafel. Kinderen krijgen de aandacht voor wat ze willen gaan doen en wat ze beleefd hebben op school. We luisteren naar elkaar als er een kind of medewerkster aan het praten is.

Een kind kan de stamgroep verlaten als zij daaraan toe zijn, voor een gezamenlijke activiteit of een uitstapje.

Wij dragen zorg voor een goede registratie en communiceren over het verlaten van de stamgroep altijd met de ouders.

Situaties waarbij kinderen de stamgroep(ruimte) verlaten -

- Opendeurbeleid

- Bij het buitenspelen in de buitenruimte of onder begeleiding in de naast liggende beweegtuin

- als er een uitstapje wordt gemaakt

- Mocht een kind de stamgroep verlaten om buiten het terrein te spelen of om naar de sport te gaan vragen wij hiervoor goedkeuring van de ouders middels het afspraken formulier. Dit formulier wordt meegegeven tijdens het intakegesprek.

Opendeurbeleid

De BSO heeft een opendeurbeleid. Het gebouw is zodanig ingericht dat kinderen van verschillende leeftijden elkaar kunnen ontmoeten, dit zijn de kinderen van ‘t KDV en de BSO. Dit kan zijn in de eigen of aangrenzende groepsruimte. Maar er kunnen ook specifieke activiteiten georganiseerd worden in de BSO-ruimte of in de groepsruimte van het KDV. De talenten van de pedagogisch medewerkers kunnen daarbij worden ingezet. Ook tijdens het buitenspelen op het gezamenlijke buitenterrein kunnen kinderen samen activiteiten ondernemen met kinderen van het kinderdagverblijf.

Samengevat is het doel van het open deuren beleid: uitbreiding van speelruimte, spelaanbod en leefruimte; uitbreiding van onderlinge contacten tussen de kinderen; profiteren van talenten van pedagogisch medewerkers; vertrouwdheid met het hele kinderdagverblijf. Gedurende de activiteiten buiten de eigen groep houden de pedagogisch medewerkers in de gaten of ieder individueel kind zich prettig voelt bij de situatie. Soms moet een kind nog wennen aan de situatie. Daar waar nodig wordt extra aandacht of begeleiding geboden of gaan kinderen gewoon weer terug naar hun eigen groep.

Buitenspelen

Kinderen zijn vrij om, tussen de vaste eet/drinkmomenten om, naar buiten te gaan en op het buitenterrein van Yippee te spelen. De afsprakenlijst geldt hierbij.

Uitstapjes

Dit doen we met de bso alleen in de vakantieperiode. Deze uitstapjes hebben als doel ‘ontspanning’! Het is tenslotte vakantie voor de kinderen. Bijvoorbeeld een ochtend naar Ballorig of een middag naar het Heempark. We houden hierbij rekening met de medewerker/kind ratio en het vierogenprincipe.

We zullen niet naar het zwembad of het strand gaan. Wij vinden deze activiteiten te risicovol.

Openingstijden

De BSO is op de volgende werkdagen geopend.

- Op maandag, dinsdag en donderdag van 14.00 tot 19.00 uur.

- Op woensdag en vrijdag van 12.00 tot 19.00 uur.

- In de schoolvakanties op maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 19.00 uur.

Dagindeling

De kinderen kunnen maximaal 12 uur per dag opgevangen worden bij Yippee (tijdens schoolvakanties van 7.00-19.00).

Er kan een kortblok (14.00-16.00) of een langblok (14.00-18.00) afgenomen worden tijdens schoolweken. Extra afgenomen middagen en/of uren worden gefactureerd.


Er zijn flexibele haal en brengtijden tijdens de vakantieweken (in overleg met de leiding van het Yippee).


Wij hebben een bepaald dagprogramma en vinden het daarom van belang dat ouders de afgesproken breng- en haaltijden in acht nemen.

Extra uren afnemen of ruilen van middag/dag kan als de kindbezetting dit toelaat. Er wordt hiervoor geen extra pedagogisch medewerker ingezet.

Indeling:

14.00

-

14.30 uur

kinderen ophalen van school en naar de BSO lopen

14.30

-

15.00 uur

gezamenlijk iets eten en drinken en vertellen over de schooldag, overleggen wat kinderen willen doen

15.00

-

18.00 uur

gezamenlijke activiteit of individueel spel

16.30

-17.00 uur

gezamenlijk fruit eten en drinken

18.00

-

19.00 uur

kinderen worden opgehaald, overdracht naar ouders en afscheid

Vakantie indeling:

07.00

-

09.00uur

ontvangst kinderen, korte overdracht van ouders, welkom heten

09.00

-

10.00 uur

individueel spel, gezamenlijke speciale activiteit of uitstapje in kader van vakantiethema

10.00

-

10.30 uur

fruit en drinken

10.30

-

12.15 uur

gezamenlijke activiteit of individueel spel

12.15

-

13.15 uur

samen tafel dekken, lunchen en afruimen.

13.15

-

16.00 uur

individueel spel, gezamenlijke speciale activiteit of uitstapje in kader van vakantiethema

16.00

-

17.00 uur

samen eten en drinken en vertellen over belevenissen die dag of over ander thema

17.00

-

19.00 uur

ophalen kinderen, overdracht naar ouders en afscheid


Drie-uursregeling

Het is toegestaan per dag gedurende maximaal drie uur af te wijken van de pedagogisch medewerker/kind ratio. Bij de BSO doen wij dit, indien nodig, tijdens de vakanties op de volgende tijden:

• tussen 8.00 uur en 9.30 uur.

•Tussen 13.00 uur en 14.30 uur.

Verder gelden de volgende voorwaarden:

•In totaal moet minstens de helft van het benodigde aantal pedagogisch medewerkers aanwezig zijn.

•Altijd dient er minstens één pedagogisch medewerker plus een achterwacht aanwezig te zijn.

Wij werken met professionele, gediplomeerde pedagogisch medewerkers op minimaal mbo-niveau, die de kinderen zullen begeleiden in hun individuele ontwikkeling en in het samenleven in een groep. Hierbij houden wij de richtlijnen van het cao-kinderopvang aan. Deskundigheid, motivatie en uitstraling zijn de basisfactoren van waaruit wij het team vaststellen.

Ook werken wij met stagiaires van ROC Friese Poort te Sneek die de opleiding PW (Pedagogisch Werk, niveau 3) volgen. De stagiaires kunnen gedurende de hele week aanwezig zijn en worden begeleid door een Pedagogisch medewerker van Yippee.

Bovendien hebben wij minimaal 1 pedagogisch medewerker met een BHV (Bedrijf Hulp Verlening) diploma. Deze wordt jaarlijks opgefrist d.m.v. een herhalingscursus. De eigenaresse en pedagogisch medewerkers volgen tevens elk jaar de herhalingscursus EHBO bij Kinderen.

Stagebeleid

Naast een team van gediplomeerde pedagogisch medewerkers werken er bij Yippee ook stagiaires op de groep. Deze stagiaires maken deel uit van het team en worden begeleid door de gediplomeerde medewerkers; de stagebegeleiders. Yippee profileert zich als een professioneel en deskundig leerbedrijf voor leerlingen, die de opleiding tot pedagogisch medewerker volgen en tegelijkertijd als potentieel werkgever. Yippee hecht belang aan de deskundige begeleiding van de beroepspraktijk en volgt de ontwikkelingen binnen het vakgebied en het hierop afgestemde scholingsbeleid.

Iedere stagiaire komt eerst langs voor een kennismakingsgesprek op de locatie. We willen er zeker van zijn dat de stagiaire past in ons team. Voor aanvang van de stage wordt een stage-overeenkomst gesloten. Iedere stagiaire dient voor aanvang van de stage een actuele Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te kunnen tonen. Stagiaires worden ingezet als een aanvulling op de gediplomeerde medewerkers. Ze worden dus niet als vervanging ingezet en zijn altijd boventallig. Over het algemeen eindigt de stage na de periode zoals in de stageovereenkomst is afgesproken. Een stage zal verlengd worden als de doelen niet zijn bereikt. Alle stagiaires worden ingezet conform de voorwaarden van de CAO Kinderopvang.

Yippee werkt alleen met stagiaires die de opleiding tot pedagogisch medewerker niveau 3 en/of 4 doen en die minimaal een heel schooljaar komen stagelopen.

Afspraken met betrekking tot omgang, verantwoordelijkheden en betrokkenheid?
-Omgang: De stagiaire heeft een gelijkwaardige omgang met collega’s. In de eerste weken stelt de stagiaire zich persoonlijk voor aan collega’s en ouders. Tevens hangt hij/zij een foto met een persoonlijke tekst op in de locatie, waarin hij/zij zichzelf voorstelt. Ook wordt dit geplaatst op de website.
-Beroepsgeheim: Voor afspraken omtrent gedragsregels kan de stagiaire de beroepscode raadplegen. Als de stagiaire voor schoolopdrachten gebruik wil maken van foto’s of namen van kinderen, dient de stagiaire hiervoor, toestemming aan de ouders te vragen. Er mag in schoolopdrachten met fictieve namen worden gewerkt.
-Verantwoordelijkheid: Om ook echt iets te kunnen leren, krijgt de stagiaire de nodige verantwoordelijkheden, met daarbij de ruimte voor het stellen van vragen en het uitvoeren van taken.
-Betrokkenheid: De stagiaire wordt betrokken bij het team. De stagiaire is niet aanwezig tijdens het teamoverleg, tenzij dit vanuit de opleiding voor het maken van een opdracht nodig is. Wel wordt de stagiaire door de stagebegeleider op de hoogte gehouden van relevante informatie besproken tijdens een teamoverleg. De stagebegeleider houdt bij het overdragen van deze informatie rekening met de Wet op de privacy.
-Oudercontacten: de schriftelijke overdracht, observaties en het voeren van oudergesprekken worden niet door de stagiaire gedaan. Wanneer dit voor een opdracht vanuit de opleiding wordt vereist, zullen deze werkzaamheden i.o.m. en onder toezicht en begeleiding van stagebegeleider worden uitgevoerd. Voorafgaand wordt er toestemming aan de desbetreffende ouders gevraagd. Telefonische contacten mogen alleen door de stagiaire worden gevoerd indien er vooraf toestemming is gegeven door de stagebegeleider.
-Uitstapjes met kinderen: Tijdens uitstapjes met kinderen wordt de stagiaire ook als boventallig ingezet.

Verwachtingen en taken van een stagiaire?

-Wij hanteren een proeftijd van 1 maand. Als blijkt dat een stagiaire niet goed functioneert of niet aansluit bij Yippee, dan zullen wij binnen deze maand de stageovereenkomst beëindigen.
-In de eerste week neemt de stagiaire alle beleidsstukken en informatie van de opvang door. Hiervan wordt een verslag gemaakt. Ze zullen dan nog niet met de kinderen werken.
-Een stagiaire zal het hele jaar op dezelfde dagen/tijden stagelopen.
-De stagiaire draait mee in het dagelijks ritme van het kinderdagverblijf en voert voldoende werkzaamheden uit. Dit moet uiteraard aansluiten bij het opleidingsniveau.
-De stagiaire heeft nog geen verantwoordelijkheden voor de kinderen, uiteraard wel over haar eigen leerproces.
-De stagiaire mag nooit alleen op de groep staan. Niet alleen openen en sluiten. Geen telefoon aannemen en geen medicijnen toedienen of temperaturen. De stagiaire staat altijd onder toeziend oog van een pedagogisch medewerker.
-Er wordt van de stagiaire verwacht dat deze veilig, hygiënisch en ergonomisch werkt.

Ook hierop wordt toezicht gehouden door de stagebegeleider en waar nodig zal deze hierin bijsturen. Het is een leerproces.

Ondersteuning bij het inzetten van één beroepskracht in afwijking kind-pedagogisch medewerker ratio

Bij de bezetting van de BSO is er slechts één beroepskracht nodig.

Pedagogisch medewerker-kind ratio

Op BSO Yippee hanteren wij de volgende maximale opvang en leeftijdsopbouw van de stamgroep. Op BSO Yippee werken wij met 1 stamgroep.

Leeftijdsgroep: 4-13 jaar

Onze roosters zijn ingedeeld op basis van kind aantallen. De verhouding pedagogisch medewerker-kind is 1 op 10. Maximale groepsgrootte: 16 kinderen. (zie www.1ratio.nl)

Alle beroepskrachten zijn in het bezit van een geldig diploma. De pedagogisch medewerkers werken volgens een vastgesteld rooster.

Er kunnen ook stagiaires aanwezig zijn die de opleiding Pedagogisch Werk volgen. Deze worden begeleid door het personeel.

Bij het gebruik maken van ruildagen/ extra dagdelen hanteren wij ook de vastgestelde pedagogisch medewerker-kind ratio.

Dit kan aangevraagd worden bij de houder/eigenaresse van Yippee.

Het pand

BSO Yippee is samen met de peuterspeelzaal en kinderdagverblijf gevestigd in één gebouw.

Het KDV heeft een aparte groepsruimte in het gebouw. De BSO en de peuterspeelzaal hebben een gezamenlijke groepsruimte. In de ochtend wordt deze ruimte door de peuterspeelzaal in gebruik genomen en in de middag door de BSO. We gebruiken een gezamenlijke hal en keuken. De BSO heeft een eigen toilet. De jonge kinderen kunnen ook gebruik maken van het toilet van het kinderdagverblijf.

Hygiëne en veiligheid.

De ruimte van de BSO voldoet aan de norm. Schoonmaakartikelen zijn buiten bereik van kinderen opgeborgen. Stopcontacten en elektrische apparatuur zijn zodanig geïnstalleerd dat zij geen gevaar voor de kinderen opleveren.

Op de BSO is blusapparatuur aanwezig. Deze worden regelmatig gecontroleerd. Verder beschikken wij over een brandplan en een certificaat bedrijfshulpverlening.

Tevens wordt er ieder jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd op hygiëne en veiligheid.

Indeling van de binnenruimte.

Wij delen onze ruimte met de peuterspeelzaal. Iedere middag wordt de BSO-ruimte aangekleed als BSO.

Bij de tafel staat een knutselkast, er is een poppenhoek en een tv-hoek, spelletjeshal met twee spelborden, garagehoek

Er kan ook gekozen worden voor de lego etc. en zal er ter plekke een bouw hoek/ lees hoek/auto hoek/ spelletjes hoek gecreëerd worden. Ook is er binnen een hockey tafel en constructiemateriaal (Moov) voor buiten.

Indeling buitenruimte.

Ook deze ruimte wordt gedeeld met de peuterspeelzaal. Voor alle leeftijden zijn er fietsen maar er is ook een zandbak/glijbaan en rekstokken om heerlijk vrij te bewegen.

De ruimte is natuurlijk ingericht met zoveel mogelijk natuurlijke materialen.

Naast onze locatie bevindt zich een beweegtuin. Als ouders hun goedkeuring hebben gegeven middels het afsprakenformulier mogen kinderen daar zelfstandig spelen. Dit formulier wordt meegegeven tijdens het intakegesprek.

Als de groep het toelaat kan de pedagogisch medewerker daar ook heen met een groepje kinderen. En kan er onder begeleiding gespeeld worden.

Spelmateriaal

Het spelmateriaal voor binnen en buiten is afgestemd op de lichamelijke, verstandelijke, creatieve en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en wordt geselecteerd op kwaliteit en veiligheidsnormen. We leren kinderen met zorg om te gaan met speelgoed. Samen speelgoed opruimen op een vaste plek en puzzels en spelletjes ( weer) compleet maken hoort daarbij. We bieden daarmee structuur en geven door dat respect voor dingen in je omgeving belangrijk is.

Gebruik van computer en televisie/video

Op de BSO wordt gebruik gemaakt van een Wii en een televisie. Kinderen mogen hier gebruik van maken, maar niet langer dan 20 minuten achter elkaar.

Activiteiten

De activiteiten die de kinderen kunnen beoefenen op de BSO staan altijd in het teken van vrije tijd. Wij gaan ervan uit dat de kinderen hun vrije tijd bij ons doorbrengen. Om deze reden zal er nooit een vast activiteitenprogramma klaarliggen. Wel kunnen kinderen begeleid, gestuurd en uitgedaagd worden in de activiteit die ze willen gaan uitvoeren, maar als een kind nergens zin in heeft en even de rust willen opzoeken moet dat ook kunnen, Voorbeelden van activiteiten zijn:

- Binnen of buiten spelen met allerlei speelgoed. Kinderen zijn vrij om te kiezen waarmee ze willen spelen en speelgoed ligt altijd onder bereik van de kinderen.

- Groepspelletjes, bijvoorbeeld een gezelschapsspel of beweegspelletjes.

- Een spelletje op de Wii (spelcomputer)

- Knutselactiviteiten (regelmatig werken we met thema’s waarop de activiteiten zijn afgestemd)

- Iets koken of bakken

Kinderen kunnen een vriendinnetje/ vriendje meenemen wat bij de BSO komt spelen. In het laatste geval bepaalt de pedagogisch medewerker of dit mogelijk is en overlegt, indien nodig, met betreffende ouders. De kinderen moeten dus eerst overleggen. Het komt voor dat kinderen vanuit de BSO bij een vriendje of vriendinnetje blijft spelen, mits de ouders hiervoor toestemming geven, middels het afspraken formulier.

Uitstapjes

Het spreekt voor zich dat de invulling van de lange dagen anders is dan die van de korte.

Dit geldt natuurlijk voor de opvangdagen gedurende de schoolvakanties. Het is om deze reden dat wij in de vakanties werken met een vooraf uitgewerkt programma-aanbod wat is afgestemd op leeftijd en opgebouwd rondom een bepaald thema.

Aangezien het maken van uitstapjes een zeker risico met zich meebrengt, zijn door ons voorwaarden opgesteld waaraan uitstapjes moeten voldoen, zodat ze op een verantwoorde manier plaatsvinden. Dit staat beschreven in het protocol “op stap met de BSO”. Het informeren en toestemming krijgen van ouders voor een uitstapje wordt schriftelijk vastgelegd. Het maken van afzonderlijke afspraken doen wij middels het afspraken formulier die we meegeven tijdens het intakegesprek.

Verjaardagen

Verjaardagen worden gevierd bij de BSO en er mag getrakteerd worden.

Er wordt gezongen voor de jarige!

Vakantieopvang

Uiteraard is het mogelijk gebruik te maken van opvang tijdens de schoolvakanties. Hierbij geldt de volgende regel: Bij voorkeur 4 weken, maar minimaal een week voor de vakantie geven ouders schriftelijk per mail door op welke momenten zij gebruik willen maken van de vakantieopvang.

Ziekte van kinderen

Ziekte van een kind wordt door de ouders gemeld aan de pedagogisch medewerkers. In geval van besmettingsgevaar is de pedagogisch medewerker bevoegd het kind de toegang tot de BSO te weigeren.

Algemene stel regels zijn:

- Een ziek kind is het meest gebaat bij verzorging van zijn/haar eigen ouder/verzorger.

- Een ziek kind wordt niet gebracht naar de BSO.

- Er wordt melding gedaan door ouders over de aard van ziekte.

Criteria om kinderen te komen halen/niet te brengen:

- Als een kind te ziek is om aan een dag/dagdeel programma deel te nemen.

- Wanneer het kind te intensieve begeleiding nodig heeft van de pedagogisch medewerkster.

- Als het de gezondheid van andere kinderen of van de pedagogisch medewerkster

in gevaar brengt.

- Boven de 38.5 graden koorts.

Ondersteuning

De map met kind gegevens en telefoonnummers van ouders staat voor het grijpen en is voor iedereen in nood beschikbaar. Ook op de noodlijsten staan de telefoonnummers van:

Collega’s/ achterwachten en directie van de BSO.
De huisarts/ fysiotherapeut /tandarts is op loopafstand van het pand.

Van ouders wordt verwacht dat zij belangrijke gegevens bij wijziging door geven aan de BSO. De schoolcontacten verlopen op de volgende manieren:

- Pedagogisch medewerkers onderhouden contacten met groepskrachten bij problemen en vragen van bepaalde kinderen.

- Regelmatige feedback hoe de samenwerking verloopt.

Opzeggen

De opzegtermijn bedraagt 1 kalendermaand. Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk.

KLACHTENREGELING.

Per 1 januari 2016 verandert de klachtenregeling. De huidige instantie, SKK, verdwijnt en vanaf 1 januari zijn alle houders van kinderopvangcentra verplicht aangesloten bij de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen, waaraan het Klachtenloket Kinderopvang is verbonden. Hieronder kunnen jullie het geschilartikel lezen, welke ook opgenomen is in ons beleid.

Bijlage 1: Geschilartikel Kinderopvang

1. De ouder/ oudercommissie dient de klacht eerst bij de ondernemer in te dienen.

2. Leidt de klacht niet tot een oplossing dan moet het geschil binnen 12 maanden na de datum waarop de ouder/ oudercommissie de klacht bij de ondernemer indiende, schriftelijk of in een andere door de Commissie te bepalen vorm bij de Geschillencommissie Kinderopvang (hierna: Geschillencommissie) aanhangig worden gemaakt.

3. Geschillen kunnen zowel door de ouder/ oudercommissie als door de ondernemer aanhangig worden gemaakt bij de Geschillencommissie. (www.degeschillencommissie.nl).

4. Wanneer de ouder/ oudercommissie een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is de ondernemer aan deze keuze gebonden. Indien de ondernemer een geschil aanhangig wil maken, moet hij de ouder/ oudercommissie schriftelijk of in een andere passende vorm vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij hiermee akkoord gaat. De ondernemer dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de gewone rechter aanhangig te maken.

5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor haar geldende reglement. Het reglement van de Geschillencommissie is beschikbaar via www.degeschillencommissie.nl en wordt desgevraagd toegezonden. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden bij wege van bindend advies. Voor de behandeling van een geschil door de Geschillencommissie is een vergoeding verschuldigd.

6. Uitsluiten de hierboven genoemde Geschillencommissie dan wel de gewone rechter is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

KLACHTEN

Registratie

Alle officiële klachten worden door De Geschillencommissie geregistreerd en weergegeven in een jaarverslag. Iedere organisatie ontvangt jaarlijks een brief van de Geschillencommissie waarin de klachten die betrekking hadden op de eigen organisatie staan weergegeven.

Overzicht Klachten

Het Kindercentrum krijgt jaarlijks een overzicht van de klachten die zijn ingediend.

In 2017 zijn geen klachten over Yippee ingediend.

We hopen dat alle kinderen een leuke tijd zullen hebben op de buitenschoolse opvang van Yippee!

Openingstijden:

Sneek:
Ma-Vr 07:00-19.00 uur

Heeg:
Ma-Vr 07:00-19.00 uur

Telefoon:

Sneek:
0515 781113 - 06 43525982

Heeg:
0515 442223 - 06 43525982


tekening